De liefste linzen-wortelsoep

Aan de rand van een kronkelweg, precies in een haarspeldbocht, zat een rimpelig vrouwtje. Naast haar een gammel houten tafeltje. Daarop een paar wortels, uien en aardappelen. We stopten de auto en kochten de wortels. Rechtstreeks van het land, het zand nog warm. Ze lachte haar tand bloot, stak haar rimpelige hand uit voor de paar centen en brabbelde wat Portugees. Ze zwaaide tot we haar niet meer zagen.

Ik keek naar de prachtige oranje wondertjes in mijn handen en zag ineens een dampende kop linzensoep voor me. In dit gedeelte van Madeira is het vooral vlees en vis wat de pot schaft. Dat wat ik nou net niet eet. Mijn lijf schreeuwt na een week salade om een warme, boordevol gevulde groenten-maaltijdsoep. In het huisje ligt een staafmixer, dus het kan. Op zoek dus naar rode linzen. Hebben ze die hier eigenlijk wel? Ja hoor, in een verfomfaaid achteraf-reformzaakje in het kustplaatsje Ribeira Brava stonden ze te pronken, fijn! Bij een piepklein winkeltje verderop, dat bestaat uit 8 kistjes met groenten en fruit, kocht ik een enorme prei, uien en knoflook. Mais uit een blikje, dat dan weer wel.

Bij ‘ons’ buurtwinkeltje op de terugweg vroeg ik om een vers brood. Hier spreken ze geen woord anders dan Portugees, maar ik red me aardig. De dame hees zich achter de kassa vandaan, pakte mijn hand en loodste me naar achterin de winkel. Daar stonden twee kisten. Ze opende ze. Pandora. In de ene kist de mooiste bolletjes, in de andere lachten hele broden me toe. Ik nam zo’n knapperig rond exemplaar, besneeuwd en nog wat warm.

De linzensoep wordt dus uit alle liefde geboren. De liefde van het land en voor ons, de genieters. We gaan het proeven. Het recept is zoo gemakkelijk.

Proberen? Rijd eens langs een boer of stap op de fiets naar een biologische marktkraam of winkel. Koop daar de ingrediënten, je proeft echt het verschil.

Ik kook volledig op gevoel, mijn lijf vertelt me elke dag wat ik nodig heb. Een kant en klaar recept heb ik dus niet echt.
Een halve zak linzen gooide ik in een pan met gekookt water. Twee groente-bouillonblokjes er bij en de wortels in schijfjes. Lekker laten pruttelen. In een andere pan (ja, hier is het behelpen, er zijn alleen maar kleine pannetjes) één flink uit de kluiten geplukte ui en een halve bol knoflook. Maar dat is heel veel en erg persoonlijk -wij houden er nu eenmaal van-, waarschijnlijk krijgen de meesten hier een knoflookvergiftiging van, dus een of twee teentjes lijkt me veilig. Een halve prei in kleine ringetjes daarbij en bakken maar. Wat zand tussen de kiezen doet je beseffen dat het zo van het land komt. Niet erg.

Alles mengen met zout, peper en mais en ik had nog wat tomatensaus over, hup, er bij. Verdeeld over twee pannen dus. De staafmixer landde in de ene pan, de andere pan liet ik zo. De heerlijkste combi is een halve kom van het gemixte goedje, gemengd met de ‘heelgelaten’ soep. Best of both worlds. Een romige, gladde soep met toch een bite.

Voor een heel klein zuurtje kun je er een verdwaalde sinaasappel doorpersen of er een overvloedige toef yoghurt of crème fraiche op morsen. Ik weet dat sommige liefhebbers zweren bij geraspte kaas er door. Zelf vind ik een handvol zonnebloempitten ook charmant. Maar die waren in geen velden of wegen te vinden hier.

We namen drie keer een kom, zo lekker was het. Goddelijke korsten brood rijkelijk dippen. Puurder kan niet. Hier kan geen restaurant tegenop. Soms.

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.