Poncha, dé godendrank van Madeira

‘Je móet deze drank gedronken hebben, anders leer je Madeira niet kennen,’ zo las ik overal. Tuurlijk, ik ben de beroerdste niet.

Waarschijnlijk heb ik op de meest originele manier kennis gemaakt met dit slokdarm-brandende goedje. We reden rond lunchtijd door een slapend dorpje, Prazeres. Nu heb ik de gewoonte om lukraak een local aan te spreken om te vragen waar hier de lekkerste eettentjes verstopt zitten. Zonder toeristen (want toeristenmenu) graag. Zo’n tentje waar ‘mama’ ’s ochtends vroeg de stoof aan heeft gezet, waarin uren lang wortels, tomaten, uien en prei hebben liggen pruttelen. Vaak met vlees of vis er bij, maar die kwak ik gewoon op het bord van mijn lief.

Dus draaide ik het raampje van de auto open en vroeg een jongen die buiten stond om zo’n eettentje. Hij stond wat te kletsen bij een groepje mannen en had een glas in zijn hand met daarin het gouden goedje. Hij liep naar mij toe.

‘Ik vertel het je, maar dan moet je wél een slok van mijn poncha nemen,’ zei hij en stak gul zijn glas door mijn raam. ‘Ehhm, moet nog rijden?’ Zwak excuus. ‘Eén slokje maar.’ Vooruit. Het glas was al half leeg. Ik nam een slok, wist niet wat te verwachten. Dat er een flink alcoholpercentage in dreef, proefde ik onmiddellijk. Ik liet het goedje in mijn mond hangen om de smaken te onderscheiden. Sinaasappel, limoen, brandewijn, honing. De ultieme mix van uitgesproken smaken. Hij zag mijn verrukte gezicht. Een gulle lach. Hij wees ons de weg naar een mama, waar we een godenmaal kregen.

Ik was ineens geen ponchamaagd meer.

Het werd traditie. Tien dagen vertoefde ik in een bergdorpje-zonder-naam, tegen Calheta aangeplakt. Een kerk, twee barretjes en een piepklein supermarktje waar ik persé mijn boodschappen wilde doen. De locale ondernemers altijd steunen. Een van de barretjes hoorde bij het supermarktje. Aan het einde van de dag werd het de gewoonte om daar een paar boodschappen te halen en gelijk door te schuiven richting barretje. Buiten twee gammele tafeltjes met plastic stoeltjes. Daar ploften we na een enerverende dag neer en vervolgens bestelde ik een poncha.

Ik zag hoe zorgvuldig en met groot respect dit drankje wordt gemaakt. Eerst de sinaasappels uitpersen, daarna een stok in de pot honing om deze vervolgens boven een kan met alle geduld uit te laten lekken.  Een niet van dat benauwde scheut brandewijn erbij (heet hier Aguardente -vuurwater- en is  door de fermentatie en vervolgens destillatie van suikerrietsap zo geworden).

Het mixen gaat op een speciale manier, met een houten stok die caralhinho heet. De eigenaresse zet de stok tussen haar handen en draait hem heen en weer alsof haar leven er vanaf hangt. Haar hele lichaam schudt. In mijn hoofd speelt er een muziekje op het ritme mee. Met zo veel aandacht en liefde voorgezet. Hun drankje. Hun goud. Ik ben om.

Voor een fiks glas rode wijn, zo’n prachtige poncha en altijd een schaaltje nootjes of olijven erbij moesten we in totaal 2,50 euro betalen. Echt.

Er zijn verschillende variaties op de Poncha. Met passie-fruit voor de iets zoetere variant, limoen voor wat zuurder, kers of munt voor de hip of alles gewoon door elkaar voor de lekker. Ik raad aan ze gewoon allemaal een keer te proeven ; ).
Weet je hoe het drankje is ontstaan? Vissers uit Camara do Lobos dronken dit goedje om ziektekiemen te doden. Op zee ziek zijn is wat ongemakkelijk zeg maar. Mooi excuus om elke dag een glaasje te drinken, toch? Preventief?

Het recept ook nog weten? Vooruit.

Ingredienten:
1 of 2 theelepels honing
2.5 dl  graanalcohol of brandewijn
2 citroenen, sinaasappels of andere citrusvruchten (ongevraagd advies: als je medicijnen gebruikt, kun je geloof ik beter geen grapefruitsap nemen).

Ready to shake?
1. Mix de honing met de alcohol; klop alsof je leven ervan afhangt of gebruik gewoon een shaker.
2. Voeg uitgeperste sap toe
3. Meng opnieuw stevig
4. Serveer in de gekste glazen die je hebt. Een rietje maakt het nog gevaarlijker….